Tijdens de Batibouw-beurs raakt u onder de indruk van een keuken die u ter plaatse kan bewoderen.
U informeert zich en het bedrijf dat deze keuken verkoopt, biedt u een aantrekkelijke prijs aan waarbij ze vooral benadrukken dat deze keuken wordt geleverd met “tien jaar garantie op alle meubels”.
De verkoper is bijzonder overtuigend en u hoeft niet langer te twijfelen. Jarenlang geniet u van uw keuken.
Na zes à zeven jaar merkt u echter dat sommige stukken kleine gebreken beginnen vertonen.
Dat komt helemaal niet overeen met de kwaliteit die u had verwacht. De verkoper had u immers beloofd: “het is een zeer robuuste keuken”!
Verrast neemt u contact op met de verkoper om uw bezorgdheid te uiten. De winkel antwoordt dat ze verbaasd zijn over dit probleem. Volgens hen zijn de meubels van deze keuken normaal gesproken zeer duurzaam en zou een dergelijk defect bij normaal gebruik niet mogen optreden. U wijst er echter op dat u bij de aankoop van de keuken een garantie van tien jaar op de meubels was beloofd!
De verkoper antwoordt u dat, na het verstrijken van de wettelijke garantie van twee jaar en om dus een beroep te kunnen doen op de commerciële garantie, het voor de resterende acht jaar aan de klant is om aan te tonen dat hij de keuken normaal heeft gebruikt en dat het probleem dus het gevolg is van een fabricagefout.
U bent het niet eens met dit standpunt en vindt deze situatie misleidend. Volgens u moet de winkel, als er een garantie van tien jaar op de meubels is beloofd, ingrijpen om het probleem op te lossen!
Heeft de winkel gelijk? Wat is het verschil tussen de wettelijke garantie en de commerciële garantie?
De verkoper is altijd wettelijk verplicht om de consument gedurende twee jaar een garantie te bieden voor conformiteitsgebreken van het verkochte product.
Wanneer de consument tijdens deze periode een gebrek meldt, wordt aangenomen dat dit gebrek al bestond op het moment van levering van het goed. Het is dan aan de verkoper om te bewijzen dat het gebrek op dat moment niet bestond of dat dit een gevolg is van verkeerd gebruik van het goed. De bewijslast rust dus bij de verkoper.
Het gaat om een wettelijke regeling waaraan de verkoper zich in geen geval aan kan onttrekken. De wettelijke garantie is een verplichting die is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek en de toepassing ervan is kosteloos voor de consument.
Deze wettelijke garantie mag echter niet worden verward met de commerciële garantie, ook wel “fabrieksgarantie” of “garantie van de producent” genoemd.
Commerciële garanties zijn louter contractueel. Dat betekent ook dat de verkoper niet verplicht is ze aan te bieden. De voorwaarden van deze garanties kunnen dus vrij worden bepaald door degene die ze aanbiedt. Hij kan met name een specifieke looptijd vaststellen, bepaalde voorwaarden voor interventie opleggen of bepalen dat de bewijslast bij de consument ligt. Deze garantie kan zelfs tegen betaling zijn.
Hoewel de verkoper meer vrijheid heeft bij het opstellen van een commerciële garantie moet hij toch steeds bepaalde verplichtingen na te komen. Als hij een dergelijke garantie wil aanbieden moet hij de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk informeren over het bestaan van deze commerciële garantie en de voorwaarden ervan.
Let op: de commerciële garantie mag nooit de rechten en de bescherming beperken die de consument geniet in het kader van de wettelijke garantie. Zij mag enkel bijkomende “voordelen” voor de consument inhouden.
Bijgevolg is het in de hierboven beschreven situatie belangrijk om na te gaan wat er contractueel was overeengekomen en om te bepalen of de verkoper u correct heeft geïnformeerd over de verschillende voorwaarden van de commerciële garantie.
De Consumentenombudsdienst raadt consumenten aan voorzichtig te zijn met door verkopers aangeboden extra garanties waarvoor moet worden betaald. Het is aangewezen de voorwaarden en de vermeende voordelen zorgvuldig te lezen om te beoordelen of deze daadwerkelijk interessant zijn…
En hoe zit het dan met de regeling inzake verborgen gebreken?
Deze leer van de verborgen gebreken is van toepassing na het verstrijken van de wettelijke garantie. Maar het zal dan altijd aan de consument zijn om te bewijzen dat hij niets heeft fout gedaan. In de praktijk is deze regeling dus moeilijk toe te passen…


